Minder teken dankzij runderen
Runderen in natuurgebieden zorgen voor minder teken en verkleinen het risico op de ziekte van Lyme. Ze eten de ondergroei op en plegen daarmee een aanslag op de leefomgeving van bosmuizen en rosse woelmuizen. Dat zijn de ideale gastheren voor teken.
Dat blijkt uit een onderzoek van Wageningen Universiteit, gepubliceerd in Applied and Environmental Microbiology.
De onderzoekers zagen dat in onbegraasde gebieden ook het bostype invloed heeft op de tekenpopulatie. In bossen met eikenbomen is de kans op infectie met de borelia-bacterie groter dan in bossen waar dennenbomen domineren. Dit verschil is niet waargenomen in bossen met rundvee.
De laatste jaren is het aantal ziektegevallen van Lyme in Nederland en Duitsland fors gestegen. De onderzoekers vermoeden dat dit komt door de uitbreiding van natuurreservaten, de groei van reeën- en hertenpopulaties, en zachte winters. Dit is gunstig voor teken.
Ook vermoeden zij dat dit komt doordat er tegenwoordig meer buitenrecreatie is. De kans dat mensen met een teek in aanraking komen wordt dan groter.
Lees ook:
» Ziekte van Lyme duikt vaker op
» Tweemaal meer besmette teken in Nederland
» Steeds meer teken in Centraal-Europa
» Minder kans op tekenbeet in gebieden met grote grazers
» Vooral teken bij zitten op boomstronk









